Daar komt de bruid: expositie trouwkleding

’Daar komt de bruid’, is de titel van de nieuwe expositie trouwkleding in het Boerderijmuseum aan de Bovenstraatweg 10A in Oldebroek. De trouwkleding is van 1 april tot januari 2018 te bewonderen in de vitrines van de bij het museum behorende Schutstal.
Rein Lotterman uit Nunspeet weet (bijna) alles over klederdrachten op de Noord Veluwe. Hij vertelt dat jonge boerenmensen op de kop van de Veluwe vroeger meestal in mei in hun zondagse- of kerkkleding trouwden. ”Als er ’s winters getrouwd werd was het vaak een moetje,” weet Rein. Speciale trouwkostuums waren er niet. Wel werden bepaalde onderdelen van de dracht aangepast en verfraaid. De boerin zette op de trouwdag de mooiste muts op of liet er speciaal één voor die bijzondere gelegenheid maken. Bij de oude oorijzerdracht was dat een muts van het hultype, die ’bovenmuts’ genoemd werd.

2016-04-01 Daar komt de Bruid IMG_7773BBelijdenis
Inge Dokter van Bruidshuis Dokter – de Graaf (Kampen) zegt dat het vroeger ondenkbaar was om een jurk voor één dag te kopen. ”Vaak werd getrouwd in dezelfde kleding waarin men ook belijdenis had gedaan. Aan het eind van de negentiende eeuw trouwde men steeds minder in de oude oorijzer- of volksdracht. Men ging toen over op het op de mode geïnspireerde schootjak.”

Rein Lotterman vult aan dat dit jak in Oldebroek ’het lange jak’ genoemd werd en dat bij het huwelijk een zwart zijden schort of een schort van zwarte wollen tebee werd gedragen en op het witte kraagje stak men een roze of crèmekleurig ’knupdoekje’ van zijde. Op het hoofd was de muts en het oorijzer vervangen door een lange muts, knipmuts (of neepjesmuts). In de voorstrook van de muts werden aan beide kanten gouden mutsenbellen gestoken. Deze waren soms voorzien van steentjes van bloedkoraal.

Verandering
In het Boerderijmuseum staat een bruidspaar uit 1900 waarvan de bruid een rood gebloemde tipmuts met oorijzer en bovenmuts met Mechels kant’ draagt. De bruidegom draagt een ’klootjespet’. Daarbij staat ook een bruid uit 1920 met een ’schootjak’ aan en een bruid uit 1940 met een ’lief en rok’, het zo genaamde jacquetpak. De laatstgenoemde bruiden dragen aan beide kanten van de muts gouden mutsenbellen met bloedkoraaltjes.

Na de tweede wereldoorlog maakten de donkere klederdrachtkleuren plaats voor voornamelijk witte trouwjurken. Ook die jurken worden geshowd op de expositie in de Schutstal van het Boerderijmuseum. Inge Dokter zegt dat de trouwkleding voor de bruid elk jaar wel ’iets’ verandert. ”Een trouwjurk moet zelfverzekerdheid uitstralen. Het valt me op dat bruiden de laatste jaren voorkeur hebben voor ’oude looks’ en het moet een bepaalde luxe uitstralen. Wel hebben de bruiden vaak een bepaald budget in gedachten en ze houden zich daar ook aan.”

Accessoires
Naast een mooi beeld van de trouwkleding door de jaren heen worden er ook veel accessoires geshowd in de vitrines van het Boerderijmuseum. Zoals een negentiende eeuwse trouwbijbel en een staartklok, vaak een geschenk voor het bruidspaar. De bruid moest voor het huwelijk laten zien dat ze een ’snedige deerne’ was door één of twee letterdoeken te maken. Ook daar is een voorbeeld van op de nieuwe expositie, evenals bruidegompijpjes, kopjes voor bruid en bruidegom en een antieke doos met bruidssuikers.

Het Boerderijmuseum is van 1 april tot en met 31 oktober geopend van 10.00 tot 17.00 uur. Op zon- en feestdagen is het museum gesloten. De toegangsprijs is € 3,50 p.p. en voor kinderen van vijf tot en met twaalf jaar € 1,50.

Reacties zijn gesloten.