Nieuwe exposities in Boerderijmuseum

In het Boerderijmuseum aan de Bovenstraatweg 10A in Oldebroek is tot eind juni een expositie van het werk van Geke Compagner uit Oldebroek (beelden) en is een deel van de verzameling van Jan Wiessenberg uit Doornspijk (aardewerk en schilderijen) te bewonderen.
Een jaar of vijf voordat hij als landmeter bij het Kadaster in Zwolle met pensioen zou gaan besloot de nu 72-jarige Jan Wiessenberg aardewerk uit de periode 1900 – 1950 te gaan verzamelen. Later voegde hij daar schilderijen van voornamelijk kunstenaars uit deze regio aan toe. ”Ik ben met verzamelen begonnen omdat ik verder geen hobby’s had en vond dat ik toch wat te doen moest hebben als ik met pensioen zou gaan,” vertelt Jan. Na eerst keramiek van onder anderen Brouwer, Zaalberg en Mobach aangeschaft te hebben gaat Jan Wiessenberg zich verdiepen in de creatieve makers van het aardewerk. Over de geboren Zeeuw Chris Lanooy ging hij zich informeren. Lanooy verhuisde later naar Epe, waar hij een pottenbakkerij begon.
Het ging goed met de verkoop van de potten van Chris Lanooy, zo goed dat hij besloot een knecht in dienst te nemen. Dat werd Frans Slot uit Epe, die als keramist is opgeleid door beeldend kunstenaar Chris Lanooy. In 1950 heeft Slot de pottenbakkerij van Chris Lanooy overgenomen.
Frans Slot was op zijn beurt de leermeester van een nieuwe generatie Nederlandse keramisten, waaronder Johan Broekema, Theo Genemans en Hans van Riessen. Van allen zijn werken te bewonderen in het Boerderijmuseum. Maar ook van Hein Andrée, die door specialisten tot de belangrijkste keramisten van de twintigste eeuw gerekend wordt. Een door Lanooy vervaardigd portret van Slot in een gebrandschilderd glas in loodraam bevindt zich bij de raadszaal in het gemeentehuis van Epe. Ook in bijvoorbeeld museum de Fundatie in Zwolle is werk te zien van Lanooy, maar dank zij Wiessenberg ook in het Boerderijmuseum.

Schilderijen
Uit de verzameling van Wiessenberg hangen er in het Boerderijmuseum schilderijen van onder anderen Andries van der Beek, Jan van Tongeren en Chris ten Bruggen Kate. Andries van der Beek (1925 – 2018) was ruim zestig jaar als kunstenaar actief in Oldebroek. Hij drukte zijn stempel op de beeldende kunst in zijn omgeving en ver daarbuiten.
Veel aandacht ging in de jaren zeventig uit naar de knotwilgencyclus die de kunstenaar in zijn directe woonomgeving maakte. Het werk van Andries van der Beek bestaat uit clusters van werken die steeds op een bepaald thema zijn gebaseerd. Na de robuuste schilderijen uit de beginperiode, waarin hij veelvuldig gebruik maakte van het paletmes, volgde een periode waarin hij experimenteerde met diverse materialen, zoals sloophout, prikkeldraad, ijzeren staven, mortelsoorten en zand. Later wordt deze werkwijze in een meer verfijnde variant toegepast in schilderijen en gemengde technieken op papier. Jan Wiessenberg heeft thuis in Doornspijk een aantal schilderijen van Andries van der Beek hangen.
Ook hangen er in het Boerderijmuseum werken van de in 1897 in Oldebroek geboren en in 1991 in Amsterdam overleden kunstschilder Jan van Tongeren. Hij schilderde landschappen, figuurvoorstellingen, dorpsgezichten, interieurs en stillevens. Van Tongeren werkte als schilder in Amsterdam, maar daarnaast ook in Gelderland en Limburg. Ook werkte hij meerdere keren in België, Luxemburg en Oostenrijk. Jan Wiessenberg weet dat Dirk Scheringa veel schilderijen in zijn voormalige museum van Jan van Tongeren had. Deze hangen nu in museum More in Gorssel, maar ook in het Boerderijmuseum is werk van Jan van Tongeren te bewonderen, evenals werken van onder anderen Jos Lussenburg en van Chris ten Bruggen Kate.

Beelden
Beelden zijn er in en bij het Boerderijmuseum te zien van de in Avereest geboren en sinds 1971 in Oldebroek wonende Geke Compagner. Geke heeft lang in de (wijk)verpleging gewerkt en heeft haar werkzame leven afgesloten in de Jeugd Gezondheidszorg. Sinds een jaar of tien is beeldhouwen haar hobby.
Geke koopt ruwe steen met een bepaalde vorm bij Herman Donders en gaat daar vervolgens mee aan de slag. Afhankelijk van de steensoort maakt ze een beeld voor binnen of voor buiten. Met een beitel en hamer wordt de steen door Geke bewerkt en omgevormd tot bijvoorbeeld een vrouwenhoofd, ponyhoofdje of een uil, zoals deze te zien zijn bij het Boerderijmuseum.
Geke vertelt ongeveer een week met een beeld bezig te zijn. ”Niet constant hoor, want ik neem af en toe ook wat afstand en doe dan ook weer nieuwe ideeën op,” zegt Geke Compagner, die van kinds af creatief bezig is geweest en wellicht binnenkort ook wat met glas gaat doen. Naast tuinieren (”mijn grootste hobby”) is Geke ook nog actief bij het Boerderijmuseum als baliemedewerkster en zorgt ze dat er voldoende materialen voor de catering bij het Boerderijmuseum zijn.

Reacties zijn gesloten.